VOORPOOT WAT?

We hebben - snel- meer bomen en struiken nodig. Dit keer om de klimaat- en biodiversiteit crises een halt toe te roepen. Het voorpootrecht vormt ook in dit project een belangrijke factor bij de inplant langs wegen. Aanwonenden kunnen claimen dat ze bomen willen planten en daarbij gebruik maken van het voorpootrecht.

Voorpoot wat?

Het voorpootrecht is sinds de 14e eeuw verleend aan de ingezetenen van de meeste dorpen in de Meierij. Het was het recht om op ‘gemene gronden’ die aansloten op de privégrond van de inwoner ‘allerhande hout’ te planten en te oogsten. Doorgaans tot een bepaalde afstand vanaf de erfgrens.

In Vught en Cromvoirt werd het voorpootrecht op 21 juni 1498 verleend door Hertog Philips, op 31 maart 1516 bevestigd door Keizer Karel en op 4 maart 1617 bevestigd door het Hof in Brussel. Het voorpootrecht hier beslaat 10 roeden (= 57m) vanaf de erfgrens over gemeentegrond. In Helvoirt werd het recht op 20 april 1491 verleend door koning Maximiliaan van Oostenrijk en her-tog Philips. In Helvoirt gaat het om 80 voet (= 22m) vanaf de erfgrens.

Het voorpootrecht is verjaard als het praktische gebruik ervan geheel onmogelijk is geworden, bij-voorbeeld omdat de gemeentegrond voor het erf is bestraat zoals meestal in de bebouwde kom, en daar 30 jaar lang geen bezwaar tegen is gemaakt. Maar dat er bv. leidingen in de grond zitten of al gemeentebomen in de berm staan is geen beletsel voor het voorpootrecht. Wel moet dan bezien worden hoe het ’t beste kan. Alleen als bomenplant de doorgang van het verkeer hindert – wat aan-getoond moet worden - kan de gemeente planten tegenhouden.

Het recht hoeft door de inwoner niet bewezen te worden omdat het bij wet is geregeld. Omgekeerd moet de gemeente, als die het recht bestrijdt, bewijzen dat het recht op een specifiek adres is verval-len. Dat kan bijvoorbeeld als bij contract het recht is afgekocht, waarna dit in het Kadaster moet zijn bijgeschreven.